teren op
werkw.
| Uitspraak: | [terə(n) ɔp] |
| Afbreekpatroon: | te·ren op |
| Vervoegingen: | teerde op (verl.tijd enkelv.) |
| Vervoegingen: | heeft geteerd op (volt.deelw.) |
1) leven van | Voorbeeld: | `eerder ophouden met werken en teren op je spaargeld` | |
2) genoeg hebben aan | Voorbeelden: | `al jaren teren op oude roem en geen nieuwe liedjes meer uitbrengen`, `lang teren op mooie vakantiefoto's` | |
1 definitie op Encyclo
- Teren op betekent leven van. ( De bejaarde teerde op zijn pensioen . ) [basiswoordenlijst groep 7]
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van teren op?
De verleden tijd van teren op is 'teerde op'. Het voltooid deelwoord is 'heeft geteerd op'.
Wat betekent teren op?
'leven van' en 'genoeg hebben aan'
Hoe spel je teren op?
teren op spel je T E R E N Spatie O P Op andere websites
Zoek teren op in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek teren op op
Google
Zoek teren op op
Woordenlijst.org
Zoek teren op in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek teren op op
Wikipedia